Ervaringen met de Proeftuin Robotica: het verhaal van Tinybots
Zorgrobot Tessa van het bedrijf Tinybots was al een succes in de thuiszorg en bij mensen met dementie. Zou ze ook cliënten kunnen helpen in de langdurende zorg? Dat testte CEO Wang Long Li uit in de Proeftuin Robotica. Het leverde nieuwe toepassingen én een nieuwe businesscase op. Wang: “We merkten dat begeleiders Tessa graag wilden uitproberen bij hun cliënten, maar dat ze twijfelden of er wel genoeg uren waren. Ook waren ze bang om Tessa aan het eind van de proef weer van cliënten te moeten ‘afpakken’. Daar hebben we veel van geleerd: voortaan voeren we vooraf het gesprek met hoger management én zorgverzekeraar.”
Sinds een aantal jaren siert Tessa steeds meer woonkamers door heel Nederland. Met haar bloempotvorm valt deze zorgrobot nauwelijks op, tot ze begint te praten. “Tessa geeft mensen verbale begeleiding. Ze herinnert mensen aan afspraken en taken, zoals boodschappen doen en medicijnen innemen”, vertelt Wang. “Ze legt eventueel ook uit hoe dat ook alweer moest: je kunt haar alles laten zeggen wat nodig is. Cliënten kunnen Tessa zelf programmeren maar als dat niet gaat, doen begeleiders en mantelzorgers dat op afstand via de app. Omdat de robot goed helpt met dagstructuur, waren we benieuwd of ze ook een oplossing zou zijn voor mensen met bijvoorbeeld autisme of een licht verstandelijke beperking. Kunnen zij met hulp van Tessa zelfstandig de dag doorkomen?”
Echte zelfredzaamheid
Tessa is uitgetest bij ongeveer dertig cliënten van zorgorganisatie Siza en Wang stond versteld van hun creativiteit. “Een van de cliënten zet Tessa in op een manier die we zelf nooit hadden bedacht. Deze man raakt soms zó verstrikt in zijn gedachten, dat hij alles om zich heen vergeet. Om zichzelf uit die situatie te redden, laat hij Tessa regelmatig zeggen: ‘Zit je te piekeren? Je weet dat dat niet nodig is, hè? Ga maar even wandelen, dan voel je je weer goed.’ Geweldig hoe hij zichzelf op deze manier kan helpen. En niet alleen zijn emotionele gezondheid gaat erop vooruit, ook op andere vlakken gaat het beter. Omdat hij niet meer zo piekert, vergeet hij bijvoorbeeld niet meer te eten en gaat hij meer leuke dingen doen.”
De uitdagingen rondom opschalen
Hoewel er altijd aan wordt gewerkt om Tessa nóg gebruiksvriendelijker te maken, was dat geen onderwerp meer tijdens het testtraject in de proeftuin. Inmiddels is wel duidelijk dat Tessa veel verschil kan maken. Nu is het doel zo veel mogelijk mensen te vinden bij wie het product goed aansluit. Maar het valt niet mee dat op grote schaal te doen, vertelt Wang. “Innovatie houdt altijd een gok in, en dat voel je bij de begeleiders. Is er bijvoorbeeld wel budget om Tessa na de proefperiode aan te schaffen? Want als bewoners er eenmaal aan gewend zijn en het bevalt goed, dan wil je het product natuurlijk niet van ze afnemen. Door die onzekerheid blijft het klein. Dan helpt het als het management laat zien: wij staan voor innovatie en dit zijn de risico’s die we accepteren. Dan snapt het personeel: hier kunnen we zonder problemen energie in steken.”
Even wennen
Hoeveel tijd en energie medewerkers in het product moeten steken, valt overigens erg mee. Maar ook hierbij zag Wang dat er een kleine cultuuromslag nodig was. “Als begeleiders nog niet genoeg vertrouwen hebben in de robot en telkens tóch bij een cliënt gaan kijken of alles goed gaat, is de ervaren werkdruk niet lager. We moesten dus niet alleen cliënten maar ook begeleiders even de tijd gunnen om te wennen. Dat is dan ook mijn advies als je een testtraject gaat voorbereiden en uitvoeren: houd rekening met een eerste periode van wennen en vertrouwen opbouwen.”
Drie fases van testen
Dankzij de bevindingen in de proeftuin, ontwikkelde Tinybots een gefaseerde testperiode. “Als we Tessa voortaan bij organisaties aanbieden, doen we dat in drie fases. De eerste fase is experimenteren: even laten zien en uitproberen, net genoeg om zorgteams enthousiast te maken. Als het management merkt dat er voldoende draagvlak is en ermee door wil, gaan we over tot een pilot bij zo’n vijfentwintig bewoners. Daarbij wordt meteen de zorgverzekeraar of gemeente in beeld gebracht, om afspraken te maken over de vergoeding. Mocht het effect na drie tot zes maanden goed zijn, dan is dat stuk in elk geval al geregeld”, legt Wang uit. “In de laatste fase zorgen we dat de implementatie en opschaling geborgd zijn. Daaronder valt ICT-ondersteuning, logistiek en beheer, zodat de organisatie helemaal zelfstandig met Tessa kan werken.”
Goed opletten: hoe omschrijf je iets?
In zijn zoektocht naar de ideale businesscase ontdekte Wang een woud aan wet- en regelgeving. Dat is belangrijk om rekening mee te houden, bijvoorbeeld bij het selecteren van cliënten voor je product. “De manier waarop iemands beperking staat omschreven, heeft daar veel effect op. Wijkverplegers mogen Tessa bijvoorbeeld niet inzetten bij cliënten die maaltijdondersteuning nodig hebben, maar wel bij cliënten met ondervoeding. Voor ons lijkt er geen verschil: Tessa helpt mensen gezond en regelmatig te eten. Maar het is wel het verschil tussen vergoeding en geen vergoeding door de zorgverzekeraar. Als je je product echt wilt opschalen en zo veel mogelijk mensen wilt bereiken, moet je dus ook met dat soort zaken rekening houden. Dat betekent goed samenwerken en communiceren.”
-
In de Proeftuin Robotica kunnen bedrijven samen met cliënten en zorgprofessionals robotica-oplossingen toetsen in een realistische zorg- of woonomgeving. Dit kan in verschillende stadia van de ontwikkeling plaatsvinden. De laagdrempelige manier van testen met de eindgebruiker en de inzichten die dit oplevert, zorgen ervoor dat de robotica beter bij de behoeften van de eindgebruiker passen. Proeftuin Robotica is mede mogelijk gemaakt door subsidieverstrekker OP Oost en het programma valt onder het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO).
