Meld je aan voor de nieuwsbrief!

Kennisvragen uit de praktijk: met data uit de praktijk te beantwoorden!

In de gehandicaptenzorg spelen veel complexe vragen over de kwaliteit van leven en welzijn van cliënten, de kwaliteit van zorg en ondersteuning en de organisatie daarvan. Beroepsverenigingen en kennisinstituten halen die vragen op in de praktijk en publiceren die – al dan niet geclusterd – in kennisagenda’s. Die kennisagenda’s bevatten daarmee vragen die breed leven in de praktijk. Een deel van deze vragen kan beantwoord worden door data die een zorgorganisatie toch al verzamelt te analyseren. Dat biedt kansen. Lilian Maarleveld, onderzoeker bij Academy Het Dorp, geeft uitleg.

Vertel, wat hebben jullie gedaan en waarom?

“Met het team van Leren Werken met Data in de gehandicaptenzorg doen we onderzoek naar welke kansen en uitdagingen er in de gehandicaptenzorg zijn voor data-ondersteund werken. Er wordt al veel data verzameld in de zorg en die moeten beter benut worden. Want dan worden beslissingen op basis van data genomen en dat is goed voor de cliënt en de zorgmedewerker. En voor de hele zorgorganisatie. We weten dat er kennisvragen en kennisagenda’s zijn en waren benieuwd welke van die vragen met data beantwoord zouden kunnen worden.”

Om welke kennisagenda’s gaat het?

"We hebben zeven kennis- en onderzoeksagenda’s bestudeerd, van EMB Nederland, Vilans, de Kenniscoalitie Gehandicaptenzorg, de V&VN, en ook die van onze eigen Academische Werkplaats ZoTeG. We hebben alle vragen, dat waren er meer dan 350, uit die zeven agenda’s onder elkaar gezet en hebben bij iedere vraag de vraag gesteld: kan deze vraag met gebruik van data beantwoord worden? Regelmatig was het antwoord ‘nee’, omdat voor de beantwoording wetenschappelijk onderzoek nodig is of omdat het ging over vaardigheden van zorgmedewerkers. Maar het was interessant dat het antwoord op die vraag ook best vaak ‘ja’ was.”

Om welke data gaat het eigenlijk?

"Het gaat om data die op het niveau van de cliënt, de medewerker, de locatie en de organisatie verzameld wordt. Denk aan gegevens uit dossiers en registraties, zoals het ECD en MIC-meldingen bijvoorbeeld, maar ook uit technologie, zoals data uit sensoren en oproepsystemen. Bij data over de locatie en organisatie kun je denken aan gegevens over de formatie, roosters, verloop en bezetting van locaties, om er maar een paar te noemen.”

En, wat leverde dat op?

"Toen we de vragen gingen clusteren, bleek het om drie typen vragen te gaan waar data iets kan betekenen. Het eerste cluster gaat om het herkennen van patronen en verbeteren van signalering, bijvoorbeeld in welbevinden en moeilijk verstaanbaar gedrag van cliënten. In het tweede cluster zien we vragen over de afstemming en evaluatie van zorg en ondersteuning, en in het derde cluster over de onderbouwing van beleid en uitvoering. Een paar voorbeelden van vragen staan hieronder in een kader. Opvallend was ook dat er kennisvragen zijn die over randvoorwaarden voor data-ondersteund werken gaan. Over privacy en AVG bijvoorbeeld, en over data-infrastructuur. Over deze en andere randvoorwaarden hebben we in ons programma al veel kennis verzameld."

En wat betekenen de resultaten, wat is jullie conclusie?

"De resultaten betekenen vooral dat voor een deel van de kennisvragen er al data beschikbaar is. Als bepaalde data gecombineerd wordt in analyses, dan levert dat antwoorden of inzichten op. En die inzichten helpen bij het maken van betere beslissingen, waardoor de zorg ook beter wordt. Mijn conclusie is vooral: er wordt al zoveel data vastgelegd, het is tijd om daar actief mee aan de slag te gaan!”

Meer weten?

Wie meer wil lezen over het onderzoek en de resultaten kan het rapport downloaden op lerenwerkenmetdata.nl.


Dit onderzoek is onderdeel van het programma Leren Werken met Data in de gehandicaptenzorg. Dit programma wordt uitgevoerd door Academy Het Dorp en Academische Werkplaats ZoTeG (ZorgTechnologie in de Gehandicaptenzorg), met financiering van het Ministerie van VWS, directie Langdurige zorg.


Dit bericht is gepubliceerd op 3 juli 2026.