Dataverzameling doelmatigheidsonderzoek Robot Tessa afgerond
In de gehandicaptenzorg zijn er veel cliënten die hun leven lang aangewezen zijn op zorg en ondersteuning. Een belangrijk aandachtspunt is het bieden van structuur bij het uitvoeren van dagelijkse activiteiten—een uitdaging die vaak extra begeleiding vraagt. Kan sociale robot Tessa op dit vlak bijdragen aan meer zelfstandigheid en minder afhankelijkheid van begeleiding? Die vraag staat centraal in dit doelmatigheidsonderzoek vanuit Academische Werkplaats ZoTeG en Tranzo (Tilburg University).
We spraken met Kirstin van Dam, onderzoeker bij Academy Het Dorp. Zij licht toe wat er onderzocht wordt in het doelmatigheidsonderzoek naar Robot Tessa.
Wat onderzoekt het Tessa-doelmatigheidsonderzoek precies?
“Binnen dit onderzoek kijken we specifiek naar de effectiviteit en kosteneffectiviteit van Tessa. We willen weten in hoeverre deze sociale robot kan bijdragen aan het vergroten van de zelfredzaamheid van cliënten en het verminderen van de benodigde begeleiding,” vertelt Kirstin. “We kijken daarbij vooral naar de doelen waarvoor Tessa wordt ingezet en of het cliënten lukt om bepaalde activiteiten met Tessa zelfstandig te doen, dus zonder of met minder begeleiding. Daarmee kijken we dus ook naar het aantal begeleidingsmomenten, de duur van die momenten en of er iets verandert in de inhoud van de begeleiding.
Om een voorbeeld te geven: Stel dat het doel is dat de cliënt elke week een wastaak uitvoert. Een verandering kan dan zijn dat de cliënt steeds minder herinneringen of hulp nodig heeft van de begeleider. Het kan ook zijn dat de rol van de begeleider verandert. In plaats van vooraf een herinnering te geven of aan te sporen, doet de begeleider nu bijvoorbeeld achteraf een check of geeft een compliment.
Hoe ziet de dataverzameling eruit?
“Om genoeg data te verzamelen, hebben we het afgelopen jaar 32 cliënten intensief gevolgd. Zij wonen op 21 zorglocaties, verspreid over vier zorgorganisaties (SGL, Ipse de Bruggen, Hartekamp Groep en Abrona). We hebben iedere cliënt dertien weken gevolgd, en in die dertien weken hebben we hun begeleiding systematisch in kaart gebracht. We maakten daarvoor een dagboek (zie voorbeeld onderaan deze pagina) per cliënt, waarin ook de activiteiten stonden waar begeleiders cliënten bij ondersteunden, zoals bij herinneren aan tanden poetsen of andere activiteiten waarvoor Tessa ingezet zou worden. Begeleiders vulden iedere dag het dagboek in. Volgens Kirstin was dat een flinke klus voor de teams: “Dertien weken lang dagelijks de begeleiding noteren per shift of per dag. Dat is nogal wat! Daarom hebben we vanaf de start zoveel mogelijk gekeken wat hen hielp om die dagboeken in te vullen. We schoven ook aan bij teamvergaderingen om uitleg te geven over het onderzoek en de voorkeuren van het team mee te nemen. We pasten het dagboek aan op de begeleiding van de cliënt, maakten afspraken over het moment van invullen en zorgden dat de dagboeken zowel op papier als online beschikbaar waren.”
Hoe verliep het onderzoek op locatie?
“Voor elke locatie waar één of meerdere cliënten deelnamen, stelden we twee ambassadeurs aan. Dat waren vaak persoonlijk begeleiders van de cliënten. Met deze ambassadeurs hadden wij als onderzoekers wekelijks contact, via telefoon of teams. Maar we kwamen ook regelmatig langs op locatie om elkaar te ontmoeten en langer met elkaar te spreken. Zo konden we contextuele informatie verzamelen over zaken die invloed hebben op de begeleiding, bijvoorbeeld over veranderingen in de samenstelling van het team of gebeurtenissen die onrust op de groep veroorzaakten. Ook hielden we samen scherp in de gaten hoe het ging met het invullen van de dagboeken. Af en toe was het wel nodig om acties uit te zetten om het team extra te stimuleren.”
Wat zijn de eerste ervaringen?
“Naast het invullen van de dagboeken, hebben we ook gekeken naar hoe cliënten en begeleiders het gebruik van Tessa ervaren. We hielden bij hoe het ging met het welzijn en de persoonlijke doelen van cliënten, maar ook hoe begeleiders het werkplezier ervaarden. Op vaste momenten namen we vragenlijsten en interviews af. We merkten dat cliënten het fijn vonden om te vertellen over hun ervaringen met Tessa. Ze vertelden wat ze prettig vonden en wat niet, en welke veranderingen zij merkten in hun dagelijkse routine. Omdat we vaker op locatie waren, bouwden we een band op en verliepen de gesprekken heel natuurlijk.”
Wat is de volgende stap?
“We hebben nagenoeg alle data binnen en we zijn op dit moment bezig met het verwerken en analyseren van alle gegevens. Zo krijgen we inzicht in de effectiviteit van Tessa bij de begeleiding van cliënten die moeite hebben met dagstructuur. We zijn heel benieuwd naar wat de data ons gaat vertellen!”
Wil je op de hoogte blijven van de laatste ontwikkelingen rondom het Tessa-doelmatigheidsonderzoek? Meld je dan aan voor onze nieuwsbrief!
Dit onderzoek wordt gefinancierd door ZonMw, Goed Gebruik Hulpmiddelenzorg thuis (projectnummer 10310012210009).