Gezond slaappatroon bewoners Leekerweide

Stichting WilgaerdenLeekerweideGroep neemt deel aan het project Innovatie-impuls van het programma Volwaardig leven. ‘Als onze bewoners ’s nachts goed slapen, functioneren ze overdag ook beter.’ 

Bron: Kennisplein Gehandicaptensector

‘Zestig procent van de mensen met een verstandelijke beperking heeft slaapproblemen’, zegt Yvonne Komen. Zij werkt al 25 jaar in de nachtdienst op Leekerweide, ‘label’ van WilgaerdenLeekerweideGroep dat zorg, ondersteuning en begeleiding biedt aan mensen met een beperking. ‘Het heeft met de hersenen te maken: alle delen van je hersenen en je lichaam moeten meedoen om tot een goede slaap te komen. Somnoloog Annelies Smits zei het mooi: zie het als een orkest, waar elk onderdeel ervoor zorgt dat een symfonie kan ontstaan.’Lissa Damasco, persoonlijk begeleider op de locatie Wentel 5a, ziet in de praktijk hoe die symfonie bij sommige bewoners verstoord kan raken en welke gevolgen dit dan voor iemand heeft. Ze vertelt: ‘Wie ’s nachts niet goed slaapt, is overdag moe. Daar heeft iedereen last van natuurlijk, maar bij onze cliënten kan zich dat vertalen in een toename van moeilijk verstaanbaar gedrag zoals verbale of lichamelijke agressie.’ Dat niet alleen, vult Komen aan: ‘Het kan ook leiden tot slapen overdag. Iemand heeft dan geen lijn meer in zijn dag, eet minder goed. En hij bouwt geen slaapschuld op, het lichamelijke effect van activiteit overdag dat je ’s nachts doet slapen.’

Slaaponderzoek

Erik van de Klei heeft leren “lezen” of zijn zoon Mees wel of niet goed geslapen heeft en bepaalt op basis daarvan hoe hij hem benadert als hij hem ziet. Mees, 24 jaar, woont sinds 2015 bij Leekerweide. ‘Op het oog een gezonde Hollandse jongen’, zegt zijn vader. ’Hij loopt veel, is heel sociaal en geïnteresseerd. Maar hij heeft het verstandelijk vermogen van iemand van veertien maanden, heeft geen taal tot zijn beschikking en hij heeft niet-instelbare epilepsie. Per maand heeft hij tien tot twaalf tonisch-clonische aanvallen en hij heeft altijd zorg nodig.’

Mees heeft baat bij het feit dat Yvonne samen met twee collega’s al sinds 2012 onderdeel uitmaakt van het “dreamteam” dat onderzoek doet naar het slaapgedrag en slaapproblemen van de bewoners van Leekerweide. Erik vertelt: ‘Mees krijgt in de nacht ook vaak aanvallen, vooral aan de randen van de nacht. Het dreamteam heeft zich gebogen over de vraag hoe de nachtzorg zo goed mogelijk ter plekke kan zijn als dat nodig is. Maar ook op afstand kan blijven als dat niet zo is. Een matje in het bed geeft veel te veel vals positieve meldingen om een oplossing te zijn. Een camera geeft een beter beeld, maar er zijn meer bewoners die we ’s nachts in de gaten moeten houden.’

Rol voor zorgtechnologie

De interesse voor de inzet van zorgtechnologie was er dus al toen Leekerweide besloot om met het thema Lekker slapen deel te nemen aan het project Innovatie-impuls van het programma Volwaardig leven.Kern van de Innovatie-impuls is implementeren van technologie die waarde toevoegt voor de cliënt. Om dit te doen moet je beginnen bij de cliënt. Je kijkt samen naar de mogelijke oorzaken van de zorgvraag, wat er al bekend is en wat je echt wilt weten; dát is de start van de Innovatie-impuls. Yvonne vertelt: ‘De naasten van onze bewoners zeggen altijd dat zij het goed moeten hebben en dat we goed op ze moeten letten in de nacht. “Toen mijn kind nog thuis woonde was ik gewend vaak te gaan kijken dus ik wil dat jullie dat ook doen.” Maar dan loop je juist het risico dat je iemand wakker maakt. Je wilt dus middelen om op afstand te monitoren of ze goed slapen en dat is waarin zorgtechnologie een rol kan spelen. Daarmee waren we als dreamteam al bezig. De Innovatie-impuls kan ons helpen om daarin verdere stappen te zetten.’Bij de Innovatie-impuls start je met de zorgvraag van de cliënt. Wat is de reden dat iemand niet slaapt? Welke zorginterventies zijn er, wat moet dit opleveren voor de cliënt, de zorgverlener en de familie? Lissa: ‘Een beperking hierbij is wel dat de bewoners in veel gevallen niet in staat zijn te vertellen waarmee ze geholpen zouden zijn. Dit betekent dus dat ik samen met het dreamteam in gesprek ga met de ouders om te achterhalen of de inzet van zorgtechnologie interessant kan zijn voor hun kind en zo ja welke technologie dan. De behoeften en triggers van dat kind kunnen na verloop van tijd veranderen, maar de ouders zijn toch een beetje het dagboek voor hun kind.’

Focus op oplossingen

Door de coronacrisis liggen de activiteiten rond de Innovatie-impuls nu stil. ‘Toch hebben we er al veel van geleerd’, zegt Yvonne. ‘We zijn hier al tien jaar bezig met slaaponderzoek. Daarvan hebben we ook al veel opgestoken. We hebben ook door dat meer mogelijk is, maar waar begin je? Met de Innovatie-impuls word je daarin gestuurd en leer je ook dat wat je bedenkt aan oplossingen echt gedragen moet worden door de ouders en door iedereen die hier werkt. De technologie moet ondersteunend zijn aan de zorg, moet passen bij de organisatie, de techniek moet goed zijn en we moeten de medewerkers scholen zodat ze weten hoe ze ermee om moeten gaan. Maar boven alles moet de cliënt de toepassing accepteren. Een armband bijvoorbeeld die bij iemand met epilepsie heel gericht een signaal geeft als sprake is van een aanval, is in theorie waardevol maar de bewoner moet die wel aan zijn arm kunnen accepteren.’

De zorgvraag scherp krijgen, samen met de cliënt en familie, zonder direct met een antwoord te komen vanuit het perspectief van de cliënt, is lastiger dan het lijkt. Leekerweide is daarom erg blij met de ondersteuning die zij vanuit de Innovatie-impuls krijgen om hier nog bekwamer in te worden. De Innovatie-impuls is de kapstok voor verdere ontwikkeling en inzet van zorgtechnologie binnen de organisatie. En bestaande kennis en ervaringen met zorg, ondersteund door technologie, zoals de armband van Mees, worden daarin meegenomen. 

Nightwatch - zorgtechnologie nachtrustIn het geval van Mees is het gelukt om technologie persoonsgericht in te zetten. Het mooie daarbij is dat zijn vader er eerst zelf mee aan de slag is gegaan in de weekenden wanneer Mees thuis verblijft. Erik vertelt: ‘In goed overleg is Leekerweide die armband vervolgens ook gaan toepassen als Mees daar is. Dat is voor de mensen daar ook zoeken geweest natuurlijk. Want ze moeten leren om te durven loslaten en vertrouwen dat zo’n hulpmiddel inderdaad een signaal geeft op de momenten dat Mees een epileptische aanval heeft. Maar vanaf het moment dat de nachtdienst merkt dat dit goed werkt, geeft dat rust. Mij helpt het ook, want ik kan de gegevens ook thuis uitlezen en weet dus als ik bij Mees op bezoek ga hoe zijn nacht geweest is. Bovendien: ik kan de data ook voorleggen aan de neuroloog als basis voor diens werk. Op die manier kan zorgtechnologie echt een voorsprong geven, voor iedereen die bij de zorg voor Mees betrokken is en vooral voor Mees zelf.’